Praktische Zaken

V. Vormen de craniosacraal therapeutische technieken een alternatieve therapie?

A. Neen. De CST-technieken zijn niet bedoeld als eerste rang gezondheidszorg, wel om in samenspraak met een dokter of parallel met de kernbehandeling ondersteuning te verschaffen. Als CST-technieken preventief het immuunsysteem kunnen ondersteunen en zo ziekte vermijden, zal er bij ziekte of medisch noodzakelijke interventie steeds éérst een diagnose gesteld dienen te worden door een daartoe bevoegd medisch professioneel.

V. Indien deze CST-techniek zo goed is, hoe komt het dan dat ze niet opgenomen is in het klassieke zorgsysteem?

A. Verandering vergt tijd en geduld. Meer en meer erkenning is onderweg, maar de CST-behandeling stuit op vele dogma’s, waaronder niet de minste zijn:

1.            De beenderen van de schedel bewegen niet.

2.            Gedachten kunnen het lichaam niet controleren.

3.            Alle herinnering is gecentraliseerd in de hersenen.

4.            De mogelijkheid van overdracht van energie tussen de therapeut en de patiënt is belachelijk.

5.            Beschadigingen van het zenuwweefsel zijn definitief en permanent.

En zo verder ….

In het licht van deze, weliswaar ouderwetse maar, diep gewortelde overtuigingen, denk ik dat de aanvaarding van de mogelijkheden van de CST-technieken aan terrein wint. Vooral bij diegenen die het aan den lijve mochten ondervinden of er getuige van waren in familie- of vriendenkring.

V. Is er een tussenkomst van de ziekteverzekering in de kosten van een behandeling met craniosacraal therapeutische technieken?

A. Voor België is het antwoord in 2014, neen. Een behandeling met craniosacraal therapeutische technieken is relatief nieuw. In de toekomst zullen de resultaten voor zich spreken.

De eerlijkheid gebiedt evenwel er op te wijzen dat gezien een dergelijke behandeling, op de persoon gericht en afhankelijk van diens energetische patronen, ook niet in de toekomst zal kunnen gestandaardiseerd worden om te komen tot identieke en dus vergelijkbare trajecten, het voor een gestandaardiseerd ziekteverzekeringssysteem moeilijk zal zijn een dergelijke geïndividualiseerde behandeling te erkennen, ongeacht de resultaten.

De hamvraag blijft: hoe waardevol is preventieve gezondheidszorg?

Worden het klein en het groot onderhoud of noodzakelijke herstellingen aan de auto gedekt door de autoverzekering?

V. Welk verschil bestaat er tussen CST-technieken en craniosacrale massage, craniale osteopathie, chiropractische craniopathie, sacro-occiputale technieken, craniosacraal autodynamisch, craniosacraal relaxatietherapie, biodynamische craniosacraal therapie, cranio sacraal balancing, craniosacrale voetreflexologie of craniosacrale reflexologie  ?

A. In de andere, hierboven vermelde benaderingen, staat de mobiliteit van de beenderen, de algemene ontspanning en/of het prikkelen van de zenuweinden centraal. De CST-technieken gebruiken beenderen als referentiepunten om mobiliteit dieper in het systeem van membranen en vloeistoffen te optimaliseren. Om deze reden is bij het gebruik van de CST-technieken de mobiliteit van de beenderen slechts een middel om het systeem van membranen en vloeistoffen te bereiken en te ondersteunen. Het dient evenwel gezegd te worden dat alle andere vormen van craniaal werk meer en meer het concept van de CST-technieken geheel of gedeeltelijk gaan overnemen om dieper te kunnen werken.

Een andere héél groot verschil is dat de CST-technieken een veel lichtere aanraking gebruikt. De interne krachten en energieën van de patiënt zelf leveren wat nodig is voor de therapeutische correcties in het craniosacrale systeem.

In het craniale werk, zoals het beoefend wordt in zowel de traditionele osteopathie als in de chiropractie, zal de therapeut de eigen kracht gebruiken om de ‘correctie’ aan de patiënt(e) op te leggen. Deze benadering laat meer vergissingen toe vanwege de therapeut en resulteert dikwijls in meer trauma voor de patiënt(e) na enkele sessies.

V. Hoe komt het dat sommigen zich slechter gaan voelen na een behandeling?

A. Er zijn verschillende redenen voor dit ongemak na een behandeling. Een eerste is dat het lichaam een voorgaand trauma of een voorgaande kwetsuur herbeleeft terwijl het vrij komt uit het weefsel. Dit kan enkele dagen duren. Een volgende reden is dat de zones die ‘gevoelloos’ waren, opnieuw tot ‘leven’ komen en dus gevoeliger worden. Heel dikwijls ook, heeft het lichaam zich aangepast aan de disfunctie. Als die aanpassing gradueel wordt verwijderd en de kern van het probleem wordt benaderd, komt alle onderdrukte pijn weer naar de oppervlakte.

Het is eveneens nuttig te weten dat pijn draait om perceptie. Als de patiënt(e) de hoop op correctie van het probleem wordt voorgehouden, dan zal het onbewuste de pijn verergeren zodat er zeker niet gestopt wordt voordat het probleem opgelost is. Er zijn veel meer individuele redenen voor het verergeren van de symptomen na een goede behandeling.

De mogelijkheid dat de therapeut slecht werk heeft verricht mag evenwel niet genegeerd worden. Het kan een pijnlijke reactie veroorzaken. Dit ‘slecht werk’ is meestal het gevolg van het toepassen van een buitenmaatse kracht of omdat de therapeut het lichaam van de patiënt dat wil opleggen wat de therapeut gelooft nuttig te zijn. Bij een behandeling met CST-technieken is de leidraad “volg het lichaam, stuur het niet”.

V. Wat is weefselgeheugen of een cel-herinnering?

A. Heel precies is dat nog niet geweten, maar door het observeren van wat er na enkele behandelingen met CST-technieken en gedurende het helingsproces gebeurt, lijkt het er sterk op dat weefsel en waarschijnlijk ook cellen een herinnering behouden van wat ze doorgemaakt hebben.

V. Hoe kan er vastgesteld worden wat met me mis is door mijn benen op te tillen?

A. Bij CST-technieken wordt gefocust op de heel subtiele energetische activiteiten in het lichaam om de bron van abnormale energetische patronen te kunnen waarnemen. Zo wordt ook heel zachtjes op de benen getrokken om te kijken of de weerstand in het weefsel gelijk is of eerder asymmetrisch is. Dit soort evaluaties wordt over het hele lichaam verricht; het tillen van de benen valt eerder op dan het aanraken van de ribben, de schouders of het hoofd. Maar eigenlijk gebeurt steeds hetzelfde onderzoek in het lichaam.

V. Waarom lijkt het alsof de therapeut niet beweegt?

A. Omdat er nauwelijks beweging is. Wat gezocht wordt is uiterst verfijnd en subtiel. Het vergt oefening, maar eenmaal aangeleerd is het een blijvende vaardigheid.

V. Hoe kan ik behandeld worden door zulke lichte aanraking?

A. Zoals eerder gezegd is het de bedoeling om het lichaam van de patiënt zélf de correctie te laten maken. De therapeuten begeleiden slechts de natuurlijke neiging naar correctie en herstel van het lichaam van de patiënt. Door méér dan een lichte aanraking te gebruiken kan het afweersysteem van de patiënt getriggerd worden en zich tegen die kracht en haar goede bedoelingen keren. Als het lichaam van de patiënt zich tegen de behandeling gaat verdedigen, gaat het weefsel zich opspannen in een poging om de bestaande toestand te bewaren.  Als dat gebeurt, kan de therapeut: (1) nog meer kracht uitoefenen om de weerstand van de patiënt te breken of (2) de aanraking lichter maken, zoals dat met craniosacraal therapeutische technieken het geval is, om het weefsel de tijd te geven zich te ontspannen en zo de therapeutische bevrijding te bereiken door met een voldoende lichte aanraking het zelf-corrigerende mechanisme van de patiënt te ondersteunen.

Hier opnieuw blijkt duidelijk het verschil in benadering tussen de craniosacraal therapeutische technieken en de andere craniale technieken. Het is dit verschil dat de veiligheid garandeert van de craniosacraal therapeutische technieken en ze ook bruikbaar maakt voor niet-artsen. Het kan toegepast worden als een recept uit een kookboek en nog steeds uitstekende therapeutische reultaten opleveren.

V. Een pijn in de schouder word verholpen door een behandeling van het sacrum en het bekken! Hoe kan dat?

A. Er zijn verschillende manieren waarop dit kan. Het craniosacraal systeem verbindt het sacrum en het bekken met de hals en het hoofd, via de dura mater buis die door het wervelkanaal loopt. Een abnormale spanning op die dura mater buis in het sacrum kan zich gemakkelijk manifesteren tot boven aan het hoofd. Een abnormale spanning op het dura mater membraan is genoeg om te trekken tot in de zenuwwortels ter hoogte van de schouders. Het is dan deze trekkracht die de pijn in de schouders veroorzaakt.

Een andere mogelijkheid heeft te maken met de continuïteit tussen het hoofd en het staartbeen via het bindweefsel (de fascia) dat alle spieren, botten, organen, enz. omsluit. Een torsie van het bekken kan ook buiten het craniosacraal systeem om gemakkelijk omhoog in het lichaam, via de fascia, tot in de schouder.

Nog een andere mogelijkheid is dat het sacrum gedraaid is en dat er, ter compensatie, ook een verdraaiing boven in de wervelkolom opduikt. Door verdraaiingen gaan de openingen waar de zenuwwortels de wervelkolom verlaten, kleiner worden en bijvoorbeeld zo de zenuw naar je schouder klemmen.

In al deze gevallen wordt het ongemak helemaal boven inde schouder verwijderd door de abnormale situatie onderaan in het sacrum te corrigeren.

V. Hoe komt het dat ik met een kaakgewrichtsprobleem zit (het temporo mandibulair gewricht), terwijl er niks mis is met mijn tanden?

A. De ervaring leert ons dat het TMG-syndroom dikwijls het resultaat is van een slecht werkend craniosacraal systeem of van het spieren-botten-gewrichten stelsel. Er is een geval in hetwelk het TMG probleem afkomstig was van de bilspieren. De mens is een totale persoon, elk deel van het lichaam staat in verbinding met elke ander deel van het lichaam. De plaats van de pijn of van het symptoom kan misleidend zijn. De plaats van de oorzaak kan goed gecamoufleerd zijn. Dat kan bijna overal zijn, die speurtocht en de ontdekking er van is een belangrijk deel van het plezier aan dit werk.

V. Kan een behandeling met craniosacraal therapeutische technieken mensen helpen die ouder worden, stijver en kwetsbaarder of hun herinneringen verliezen?

A. Het antwoord is een overtuigd “ja”. Regelmatig worden mensen geholpen die een stuk ouder zijn dan 80. Die mensen worden behendiger en mobieler na de behandelingen. Ze krijgen meer energie en hun geheugen en hun intellect verbeteren. De behandelingen helpen ook tegen het vasthouden van vocht en ze verbeteren de natuurlijke weerstand tegen verkoudheid, griep, enz..

V. Hoe kunnen oudere mensen de craniosacraal therapeutische technieken het best benutten?

A. Ideaal zou zijn dat een oudere patiënt maandelijks behandeld kan worden. Familieleden kunnen eenvoudige technieken aanleren om hen minstens drie keer per week een korte, beperkte behandeling te geven. Oudere mensen kunnen ook leren elkaar op die manier te behandelen.

Print Friendly, PDF & Email